AQ-10 test: tien vragen, en waarom Nederland hem afraadt
De AQ-10 is een verkorte versie van de AQ-50, met tien vragen. In het Verenigd Koninkrijk wordt hij gebruikt als eerste zeef voor een verwijzing. De Nederlandse richtlijn raadt hem juist af.
Hoe hij bedoeld is
Tien vragen met eens of oneens. Elk antwoord in de autistische richting is een punt, totaal 0 tot 10, en bij 6 of hoger wordt verder kijken overwogen.
De Nederlandse richtlijn autismespectrumstoornissen bij volwassenen beveelt de AQ-10 niet aan voor case-identificatie en kiest in plaats daarvan voor de Nederlandse AQ-50, met een grens van 32 in de algemene bevolking en 26 binnen een gespecialiseerde setting.
Waarom dat verschil er is
Hoe korter de lijst, hoe meer je mist en hoe meer je onterecht oppikt. Tien vragen zijn niet gekozen op precisie maar op uitvoerbaarheid: het moest in een paar minuten in een consult kunnen.
Dat is een redelijke afweging als je systeem erop gebouwd is, zoals in het Verenigd Koninkrijk. Het is een slechtere afweging als er een beter instrument beschikbaar is, en dat is de keuze die Nederland heeft gemaakt.
De bezwaren tegen langere screenings gelden hier sterker. Wie lang gemaskeerd heeft, komt laag uit. Wie angst of depressie heeft, kan hoog uitkomen.
Wat je in plaats daarvan kunt doen
| Lijst | Vragen | Waar die goed voor is |
|---|---|---|
| AQ-10 | 10 | De kortste zeef, in Nederland niet aanbevolen |
| Autismetest | 30 | Korte screening met een verdeling over vier gebieden |
| AQ-50 | 50 | Door de Nederlandse richtlijn aanbevolen voor case-identificatie |
| RAADS-R | 80 | Voor volwassenen, met een levenslang kader |
Vind je tien vragen te weinig, dan heb je gelijk. De autismetest van 30 vragen is de volgende stap.
De oorspronkelijke vragenlijst is auteursrechtelijk beschermd. Deze pagina beschrijft die alleen en neemt geen items over. Niets hier is een diagnose. Contact.
